Bijna twintig jaar wachten op een beslissing en toch een zeer beperkte vergoeding. In Andreani tegen Italië vond het Europees Hof dat zowel de redelijke termijn als het effectieve rechtsmiddel was geschonden. De gevoegde klachten betroffen procedures van ruim veertien tot meer dan twintig jaar. Italië erkende de vertraging, maar een wettelijk plafond koppelde de vergoeding aan de waarde van de oorspronkelijke vordering. Het arrest noemt Andrea Saccucci als vertegenwoordiger van de faillissementsgroep. De verzoekers bestreden dat de beperkte nationale bedragen werkelijk genoeg herstel boden voor het zeer lange wachten. De juridische inzet ging verder dan vertraging vaststellen. Een compensatieprocedure kan bestaan en geld opleveren, terwijl zij toch geen effectief herstel biedt. De concrete schade moest werkelijk worden beoordeeld. Het Hof verbiedt niet ieder forfait of iedere lagere nationale vergoeding. De fout zat in het vrijwel automatisch als voldoende behandelen van het plafond, zonder echte beoordeling van de aangevoerde schade. Ook schade en proceskosten vroegen eigen verzoeken en bewijs. Eén verzoeker vroeg geen billijke genoegdoening. In een andere klacht ontbraken stukken voor de kosten. De uitkomsten verschilden daardoor per klacht. De zaak stelt geen Nederlands compensatietarief vast. De bruikbare vraag is of de rechter het werkelijke nadeel beoordeelt, of dat een rekenregel die beoordeling zonder motivering vervangt. Dit Kamerarrest is niet op de publicatiedag als onherroepelijk gepresenteerd. De kern blijft: erkenning van vertraging vraagt passend herstel. Lees de analyse op Ondernemingsrecht in Nederland.