Een met hulp van AI opgesteld beroepschrift telde zestien pagina’s. De rechtbank concentreerde zich op vijf toegelichte hoofdgronden. Dit is geen algemeen verbod op AI in juridische stukken. Het beroep ging over vreemdelingenbewaring. De rechter beoordeelde de hoofdgronden inhoudelijk en controleerde de maatregel ook ambtshalve. Het beroep werd ongegrond verklaard en schadevergoeding afgewezen. De gemachtigde, advocaat Loonen, voerde gronden aan over onder meer een lichter middel en terugkeerrisico’s. Het algemene juridische kader in het stuk was volgens de rechter grotendeels niet in geschil. Vijf bewaringsgronden waren bestreden, maar vier andere niet. Volgens de rechtbank waren die feitelijk juist en samen voldoende. Veel tekst tegen andere redenen kon dat dragende deel niet wegnemen. Het debat over een lichter middel vroeg om feiten over eerder toegepaste maatregelen en vertrek. Bij terugkeerrisico’s vroeg de rechter om concrete nieuwe informatie. Algemene beginselen leverden die dossierfeiten niet vanzelf. Uit dit vonnis volgt niet dat AI zelfstandig de verkeerde strategie koos. Evenmin beslist het over aansprakelijkheid of het volledige optreden van de advocaat. Daarvoor ontbreekt in deze procedure de basis. De controleerbare les voor proceswerk is concreet: herken de zelfstandig dragende redenen, betwist ze feitelijk en kies het juiste rechtsmiddel op tijd. Laat het juridische kader dat werk ondersteunen. Dit is een uitspraak in eerste aanleg over een concrete bewaringszaak. De uitkomst laat zich niet automatisch naar andere procedures vertalen. Lees de analyse op Ondernemingsrecht in Nederland.